Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de gemeente op gebied van gladheidbestrijding in het openbaar gebied

Geplaatst op 8 juni 2017 in de categorie

De gemeente heeft op basis van de Wegenwet de plicht om te zorgen voor begaanbare straten en wegen die onder haar beheer vallen.

Op basis van deze zorgplicht kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor schade die is geleden als de indruk bestaat dat de gemeente te kort is geschoten in haar zorgplicht voor begaanbare wegen. Echter, cruciaal in de verwijtbaarheid van de gemeente is dat de gemeente een inspanningsverplichting heeft voor wat betreft de (veilige) begaanbaarheid van de wegen. Dus geen resultaatsverplichting. Het is immers redelijkerwijs onmogelijk om te allen tijde alle wegen en straten begaanbaar te houden.

De gemeente is daarom gerechtigd om teen aanzien van haar gladheidbestrijding (evenwichtige) keuzes te maken. Deze keuzes maakt het gemeentebestuur jaarlijks kenbaar in het gladheidbestrijdingsplan. In de jurisprudentie komt naar voren dat gemeenten over het algemeen niet verantwoordelijkheid zijn voor schade bij gladheid als zij hun gladheidbestrijdingsplan consistent uitvoeren.

De keuzes die de gemeente Emmen heeft gemaakt in haar gladheidsbestrijdingsplan komen er in grote lijnen op neer dat de gemeente geeft prioriteit aan doorgaande wegen, fietspaden.

Mocht u van mening zijn dat essentiële routes of locaties missen in het gladheidbestrijdingsplan, dan kan een schriftelijk verzoek aan college worden gericht voor uitbreiding van de strooiroutes. Een dergelijk verzoek zal dan in de evaluatie van het strooiseizoen worden behandeld. Hierbij wordt gekeken of en hoe een dergelijk verzoek kan worden ingewilligd. Dergelijke verzoeken worden afgewogen tegen de uitgangspunten van het strooibeleid.

Hoogachtend,

burgemeester en wethouders van Emmen